|
Oorsprong
Raku is een van oorsprong Japanse techniek om keramiek te bakken. Oorspronkelijk was deze baktechniek een onderdeel van een theeseremonie.
Proces van vuur
Van chamotteklei wordt een voorwerp gemaakt. Dat kan gedraaid of geboetseerd zijn. De chamotteklei moet tenminste 40 % chamotte bevatten. Voor draaiwerk moet de korrelgroote maximaal 1 mm bedragen. Voor sculpturen kan dat 2 mm zijn.
In een gewone keramiekoven wordt het deel biscuitgebakken op ongeveer 900-1000 graden. De biscuitbrand duurt afhankelijk van de oven 6-8 uur, waarna de overn een gelijke tijd langzaam moet afkoelen. Daarna wordt door dompelen of kwasten de speciale rakuglazuur aangebracht. Deze is afgestemd op een korte snelle stook en makkelijk gladvloeien.
De samenstelling bepaald mede de grootte van de craquelés.
 |
|
Als het deel na het glazuren gedroogd is, wordt het in de rakuoven geplaatst. Vaak is deze gemaakt van een oude oliedrum, bekleedt met hittebestendige isolatiedeken. De rakuoven wordt d.m.v. een gasbrander en propaangas in zeer korte tijd opgestookt tot 1050 graden. Een enkeling stookt met hout. Afhankelijk van de ovenvulling duurt het opstoken van de rakuoven slechts één tot anderhalf uur. Door met een sterke lamp door de schouwopening in de oven te schijnen kun je zien of de glazuur glad gesmolten is. Op dat moment neem je de deksel van de oven en pakt met een rakutang de pot of sculptuur uit de oven. De temperatuur van de oven en dus keramiek is dan nog steeds 1000 graden! Gelijk plaats je de keramiek in een vat waarin zaagsel ligt, welke door de hitte gelijk ontvlamt. Daarna dek je de zaagzelbak gauw af met een deksel. |
Door de sterke rookontwikkeling in de bak kleuren de ongeglazuurde delen van de keramiek zwart. De rookontwikkeling zorgt ook voor een zuurstoftekort in de zaagselbak, waardoor kleuromslag kan plaatsvinden in daarvoor bedoelde glazuren (reductie van metaaloxiden). Na ongeveer een half uur is de rook neergeslagen en de temperatuur van de keramiek voldoende gedaald. De zaagselbak kan open en met een tang kan de keramiek er uit genomen worden. Na een korte afkoeltijd kan de roetaanslag van het branden met schuurspponsjes van het deel geschuurd worden. Dat is het einde van het rakuproces.
Typen raku
Karakteristiek aan raku is dat ongeglazuurde klei zwart wordt en de glazuur door de temperatuurshock craqueleert. De rook dringt ook door in de craquelees waardoor deze zichtbaar worden. Er zijn echter vele vormen van raku, die elk hun eigen karakter en sfeer hebben.
|